1. Zet de truck veilig neer
Parkeer de truck bij de LNG-pomp, zet de motor uit en schakel de parkeerrem in. Zorg dat er geen ontstekingsbronnen of open vuur rondom de vrachtwagen aanwezig zijn.
2. Trek persoonlijke beschermingsmiddelen aan
Doe dit voordat de volgende stappen van het tanken worden doorlopen. Vooral handen, gezicht en ogen moeten beschermd zijn tegen het zeer koude (bio-)LNG. Draag daarom in ieder geval een volledig gelaatsscherm, leren gevoerde handschoenen en veiligheidsschoenen.
3. Sluit de aarding aan
Bij de meeste LNG-tankstations is het onderdeel van de procedure om een aardingskabel van de pomp te verbinden met de truck.
4. Maak de aansluitingen schoon en droog
Blaas de vulaansluiting van de truck en de LNG-vulkoppeling met perslucht schoon en droog. Zo wordt onder meer ijsvorming voorkomen.
5. Sluit de LNG-vulkoppeling aan
Bevestig de koppeling van de pomp volgens de instructies van het tankstation aan de LNG-tank van de truck.
6. Start het tanken
Volg de aanwijzingen op de pomp om het tankproces te starten. Bij sommige installaties moet eerst de druk in de voertuigtank worden verlaagd. Hoe dit gebeurt, verschilt per installatie.
7. Wacht tot het tanken klaar is
Blijf tijdens het tanken bij de installatie en volg de instructies op het display. De installatie stopt het vullen wanneer het tankproces is afgerond.
8. Koppel alles veilig los
Maak de LNG-vulkoppeling volgens de instructies weer los van de tank. Maak waar voorgeschreven de aansluiting en koppeling opnieuw schoon met perslucht, plaats de vulkoppeling terug bij de pomp en verwijder als laatste de aarding.
LNG is vloeibaar gas dat op een zeer lage temperatuur wordt bewaard, rond de -162 °C. Direct contact met LNG of sterk afgekoelde onderdelen kan koudebrandwonden veroorzaken.
Draag daarom altijd de persoonlijke beschermingsmiddelen die het tankstation voorschrijft. Denk in ieder geval aan:
Nee, maar de werkwijze is wel anders dan het tanken van diesel. Het belangrijkste verschil en aandachtspunt is het dragen van de juiste beschermingsmiddelen en het correct aansluiten en loskoppelen van de installatie.
Volg daarom altijd de instructies van het LNG-tankstation. De precieze procedure kan per tankinstallatie verschillen.
De tankprocedure verandert niet als er bio-LNG wordt getankt. De veiligheids- en tankprocedure geldt dus ook voor het tanken van bio-LNG.