Elektrische voertuigen, vooral personenauto’s, hebben de afgelopen tien jaar een sterke groei doorgemaakt. Alle verwachtingen wijzen erop dat deze ontwikkeling doorzet - ook voor elektrische trucks. Tegelijkertijd nemen in de media de zorgen over netcapaciteit toe. Omdat elektrische trucks veel meer vermogen vragen, ontstaat een logische vervolgvraag: waar moet die extra capaciteit vandaan komen?
Als beperkte netcapaciteit vandaag als reden wordt gebruikt om elektrificatie niet te versnellen, is er morgen ook geen aanleiding om te investeren in de extra capaciteit die daarvoor nodig is.
Publieke laadpunten hebben veel stroom nodig, omdat er vaak meerdere voertuigen tegelijk laden. Op plekken waar het stroomnet minder sterk is, kan dat een probleem zijn. Toch ligt de grootste uitdaging op korte termijn ergens anders: het beter gebruiken van de laadpunten die er al zijn.
“De eerste stap is om de laadcapaciteit die er nu is beter te benutten”, zegt Henrik Engdahl, Director Business Development bij Volvo Trucks. “Als die goed wordt gebruikt, wordt ook duidelijk dat er meer capaciteit nodig is. Maar als de huidige beperkingen een reden zijn om elektrificatie uit te stellen, komt er ook geen investering in extra netcapaciteit.”
Een aansluiting op het stroomnet wordt meestal toegewezen volgens ‘wie het eerst komt, die het eerst maalt’. In drukke regio’s kan het daardoor langer duren voordat bedrijven voldoende capaciteit krijgen. Dat kan de overstap naar elektrisch rijden vertragen.
“Zodra de aansluiting er is en de laadpunten zijn geplaatst, begint het echte werk”, zegt Henrik. “Het is belangrijk om slim te plannen wanneer voertuigen laden en hoeveel. Dat wordt een belangrijke vaardigheid voor transporteurs. Het bespaart kosten en zorgt tegelijk voor minder druk op het stroomnet.”
Een bijkomend voordeel van laden op eigen terrein is dat ongebruikte capaciteit kan worden ingezet voor anderen. “Ligt de locatie gunstig, dan kan laadcapaciteit worden aangeboden aan andere bedrijven. Zo worden investeringen beter benut. Met eigen energie, zoals via zonnepanelen, wordt laden bovendien duurzamer en vaak goedkoper. Een netaansluiting wordt daarmee steeds waardevoller: het draait om slim gebruik van de locatie.”
Netaansluitingen worden steeds belangrijker – het draait om slim gebruik van de locatie.
Beperkte netcapaciteit betekent niet automatisch dat elektrisch rijden geen optie is.
“Een mogelijkheid is om te kijken naar publieke laadpunten in de omgeving en langs veelgebruikte routes”, zegt Henrik. “De kosten lijken soms hoog, maar het is niet altijd nodig om de standaardprijs te accepteren. Ga in gesprek met de exploitant van het laadpunt; vaak zijn betere afspraken mogelijk.”
Een andere optie is samenwerking met klanten en opdrachtgevers, vooral met partijen die interesse hebben in transport met lage uitstoot.
“Steeds vaker zien we dat opdrachtgevers zelf interesse tonen in laadmogelijkheden – ook bedrijven voor wie laden geen kerntaak is. Zij zien kansen om hun locatie en netcapaciteit te gebruiken om laden mogelijk te maken voor hun transporteurs.”
Elektrisch rijden zal naar verwachting eerst sneller groeien in gebieden waar het stroomnet al goed is ontwikkeld. Daardoor neemt het aantal elektrische trucks daar toe, wat op zijn beurt investeringen stimuleert in regio’s waar de capaciteit nog tekortschiet.
De verwachting is dat elektrificatie stap voor stap verloopt. Dat geeft het elektriciteitsnet de tijd om mee te groeien met de vraag.
“Het idee dat netcapaciteit elektrificatie onmogelijk maakt, klopt niet”, zegt Henrik Engdahl. “Het is een extra factor om rekening mee te houden. Maar de transportsector staat bekend om het vinden van praktische oplossingen.”