Wie over de beursvloer van de IAA Transportation in Hannover liep, zag hoe snel het aanbod van alternatieve aandrijvingen zich ontwikkelt. Elektrische trucks namen bij veel truckfabrikanten een prominente plaats in. De aandacht verschuift daarbij steeds meer naar een grotere actieradius en de inzet over langere afstanden. Tegelijkertijd waren er ontwikkelingen te zien rond waterstof, bio-LNG en nieuwe, efficiëntere verbrandingsmotoren.
Wat betekenen deze ontwikkelingen voor het wegtransport? We zetten vijf belangrijke lessen op een rij.
Elektrische vrachtwagens zijn niet langer uitsluitend bedoeld voor stadsdistributie of regionale inzet. Dankzij een grotere accucapaciteit komen ook langere afstanden binnen bereik. Op de IAA draaide het bij elektrische trucks dan ook nadrukkelijk om de vraag: hoe ver kun je er in de praktijk mee rijden?
Daarbij is het belangrijk om verder te kijken dan het actieradiuscijfer op papier. Hoeveel kilometer een elektrische truck daadwerkelijk kan afleggen, hangt onder meer af van de belading, het totaalgewicht, de route, de omstandigheden onderweg en de rijstijl van de chauffeur. Voor vrachtwagens bestaat bovendien geen gestandaardiseerde WLTP-test zoals voor personenauto’s. Een opgegeven actieradius moet daarom altijd worden bekeken in relatie tot de praktijk waarin de truck wordt ingezet.
Take-away: de vraag wordt steeds minder óf elektrisch vervoer mogelijk is en steeds vaker: voor welk deel van mijn operatie is het al mogelijk en wat is een realistische actieradius binnen mijn inzet?
De keuze voor een elektrische truck kan niet los worden gezien van de manier waarop deze wordt geladen. Op de IAA was veel aandacht voor het Megawatt Charging System, kortweg MCS. Deze technologie maakt het mogelijk om elektrische trucks met een hoog laadvermogen op te laden. De eerste trucks met een MCS-aansluiting rijden inmiddels en bij nieuwe openbare laadpleinen wordt rekening gehouden met snelladen.
Ook oplossingen op het eigen bedrijfsterrein worden steeds belangrijker. Transportbedrijven combineren laadpunten bijvoorbeeld met zonnepanelen, batterijopslag en slim laden. Energie die gedurende de dag wordt opgewekt, kan worden opgeslagen en later worden gebruikt om trucks voor hun volgende inzet op te laden.
Hierdoor verandert ook de manier waarop bedrijven naar wagenparkbeheer kijken. Niet alleen de specificaties van de truck tellen mee. Ook het beschikbare vermogen, de laadtijden, de energieopwekking en -opslag en de planning van voertuigen worden onderdeel van dezelfde puzzel.
Take-away: wie de komende jaren wil elektrificeren, doet er goed aan naast een voertuigplan ook een energieplan voor het wagenpark te maken.
De IAA maakte duidelijk dat batterij-elektrisch niet direct voor iedere transporttoepassing de enige route naar een lagere CO2-uitstoot is. Voor werkzaamheden die nog niet goed elektrisch kunnen worden uitgevoerd, kunnen andere aandrijvingen een alternatief vormen voor diesel.
Rijden op (bio-)LNG blijft daarin relevant. Vooral in Duitsland is een gunstige businesscase mogelijk, mede doordat de gasprijs voor meerdere jaren kan worden vastgelegd. Ook in Nederland worden de tarieven gunstiger en komen er nieuwe tankstations bij. Bio-LNG kan daardoor interessant zijn voor vervoerders die hun CO2-uitstoot willen verlagen, maar voor wie batterij-elektrisch nog niet bij de volledige operatie past.
Voor de langere termijn wordt daarnaast gewerkt aan twee toepassingen van waterstof: een waterstofverbrandingsmotor en een brandstofcel. De verbrandingsmotor kan vooral interessant zijn voor zwaar werk met een hoge vermogensvraag. Een brandstofcel past mogelijk beter bij lange afstanden met een gelijkmatige belasting.
Beide technieken bevinden zich nog in de ontwikkelingsfase. Ook de beschikbaarheid en prijs van groene waterstof en de benodigde tankinfrastructuur spelen een belangrijke rol.
Take-away: het gaat dus niet uitsluitend om de keuze tussen elektrisch óf (bio-)LNG óf waterstof. Binnen één wagenpark kunnen verschillende aandrijvingen naast elkaar bestaan, afhankelijk van onder andere de inzet en route.
De energietransitie verandert niet alleen wat er in een truck zit, maar ook hoe een truck wordt opgebouwd. Een grotere actieradius vraagt om meer accucapaciteit, terwijl waterstoftrucks ruimte nodig hebben voor tanks achter de cabine. Tegelijkertijd worden trucks langer en aerodynamischer.
Ook de verdeling van het gewicht over de assen speelt een grotere rol. Vooral bij zwaar langeafstandstransport kan een drieassige trekker belangrijker worden om met zwaardere accupakketten binnen de toegestane aslasten te blijven.
Take-away: de keuze voor een nieuwe truck wordt nog sterker afhankelijk van de specifieke inzet. Laadvermogen, laadvolume, route, kilometrage, gewicht en energievoorziening moeten steeds meer in samenhang worden bekeken.
Een aantal jaren geleden was de vraag vooral of transportondernemers al over elektrisch vervoer moesten nadenken. Inmiddels draait die vraag steeds vaker om 'of het nog vanzelfsprekend is om opnieuw voor diesel te kiezen?'.
Dat maakt de keuze voor een truck strategischer. Het gaat niet langer alleen om vermogen, cabine of aanschafprijs. Ook energie, laad- of tankinfrastructuur, financiering, service, uptime en de toekomstige inzetbaarheid van een voertuig wegen mee.
Service blijft daarbij cruciaal. Een dekkend dealernetwerk, een goede onderdelenvoorziening en snelle ondersteuning helpen om trucks inzetbaar te houden. Daarnaast worden financiering, onderhoud en andere diensten steeds vaker samen met de truck als één totaaloplossing bekeken.
Take-away: kijk bij de keuze voor een nieuwe truck verder dan het voertuig alleen. Aandrijving, energievoorziening, infrastructuur, service en financiering bepalen samen welke oplossing het beste bij uw transportoperatie past.
De belangrijkste conclusie is dat er geen standaardroute bestaat die voor ieder transportbedrijf werkt. Een regionale distributietruck vraagt om een andere oplossing dan een trekker die dagelijks internationaal langeafstandstransport uitvoert.
Voor de ene operatie kan batterij-elektrisch inmiddels goed passen, terwijl bij een andere inzet (bio-)LNG of voorlopig een efficiënte diesel praktischer is. Op langere termijn kan waterstof daar als aanvullende mogelijkheid bij komen.
Daarom is het belangrijk om per voertuig en transportopdracht vooruit te kijken.
Breng in kaart:
Leg daar vervolgens de verschillende aandrijfvormen naast. De belangrijkste vraag is niet langer alleen 'welke truck koop ik?'; de vraag wordt steeds meer: 'welke combinatie van voertuig, energie, infrastructuur en dienstverlening past de komende jaren het beste bij mijn transportoperatie?'
Wie daar het antwoord op vindt, kan gerichtere keuzes maken in een markt waarin de keuze voor een aandrijflijn steeds minder vanzelfsprekend wordt.
Welke rol gaan de innovaties van de IAA Transportation spelen in het Nederlandse wegtransport? We bespreken het in aflevering 30 van de Volvo Trucks-podcast. Er wordt onder andere gesproken over elektrische vrachtwagens met een grotere actieradius, snelladen met Megawatt Charging System, de gunstige businesscase van rijden op (bio-)LNG, technologische ontwikkelingen op het gebied van waterstoftrucks en de veranderende afweging tussen verschillende aandrijvingen.
Bekijk of luister de volledige aflevering hieronder: