Trucks

×

Simon Loos: ‘Onderhoud is investering in uptime’

Voor een planner is een truck die naar de garage moet, een verstoring van zijn dagelijkse gang van zaken. Wagenparkbeheerder Wim Roks van Simon Loos koos voor Volvo Goldcontracten met een op maat gemaakt onderhoudsschema om zo de continuïteit van het werk optimaal te borgen.
Simon Loos: ‘Onderhoud is investering in uptime’

Onderhoud. Het lijkt zo eenvoudig en vanzelfsprekend. Trucks geven met al hun connectivity steeds beter aan wat er nodig is. Dus even langs de dealer en klaar toch? Daar is volgens Wim Roks nog wel wat op af te dingen. “Natuurlijk is het zo dat een dealer tegenwoordig steeds beter kan zien wat er aan staat te komen. Maar tegelijktijdig is er ook steeds beter zichtbaar welk onderdeel nog tot wanneer meekan. En daar ontstaat een krachtenveld waarbij je als transporteur heel goede afspraken moet maken met de serviceorganisatie van het merk”, meent Roks.

Verschillende belangen

Roks: “Kort door de bocht is onderhoud voor een planner een verstoring van zijn dagelijkse gang van zaken. Daar botsen dus belangen tussen wat een planner wil en wat de aftersales organisatie bij wie je een onderhoudscontract hebt afgesloten voor ogen staat. De planner wil zo min mogelijk verstoring op zijn dagelijkse routine en de aftersalesorganisatie wil zo veel mogelijk rendement uit de onderdelen die ze moeten leveren. Niet elk merk gaat daar even soepel mee om.”

Wij zien wij onderhoud als een investering in onze uptime. Wij denken die wens voor onze Volvo’s met een Gold contract het beste te kunnen invullen.

Volvo Gold Contract

Voor de 33 Volvo trucks die Simon Loos heeft rijden, (met nog 54 stuks op komst) heeft Roks daarom Volvo Gold onderhoudscontracten afgesloten. “Dat doen wij omdat wij onderhoud zien als een investering in onze uptime. Wij denken die wens voor onze Volvo’s met een Gold contract het beste te kunnen invullen. Het is een heel uitgebreid contract waarbinnen ook al het preventieve onderhoud gedekt is. Alleen de banden vallen er niet onder.

Volvo zet daarbij zwaar in op Real Time Monitoring van de voertuigen. Via die telematica weet de Volvo-organisatie 24/7 wat de technische conditie van een voertuig is. Dat is natuurlijk prachtig. Maar vanwege de Connected Service Planning is zo ook precies bekend hoelang een onderdeel nog mee kan. En daarin schuilt wel het gevaar dat een monteur bij een onderhoudsbeurt sommige onderdelen nog niet mag vervangen omdat die nog wel een paar maanden meekunnen. Daardoor zou je als transporteur vaker met je truck moeten binnen komen. En dat willen we niet. Dat speelt bij alle merken maar wat wij ervaren, is dat er met Volvo goed te praten valt over hoe wij dat binnen dat contract geregeld willen zien.”

Bij Volvo luisteren ze heel goed naar wat ons voor ogen staat. We zien dat hun aftersales organisatie als een brug tussen het merk en de transporteur fungeert. Ze snappen gewoon dat wij onderhoud zien als de basis voor onze continuïteit en de dagelijkse workflow bij ons voor alles gaat.

Twee dagen per jaar

Waar Roks naar streeft, is dat zijn voertuigen maar twee dagen per jaar binnenlopen. “Calamiteiten daargelaten is elke truck twee dagen per jaar voor de dealer. Dat zetten wij ver van tevoren vast zodat onze planning precies weet wanneer een auto niet beschikbaar is en de dealer precies weet wanneer hij komt. En dan willen wij dat hij alles aan de auto doet om hem weer zes maanden te kunnen laten rijden. Dus als bijvoorbeeld de remblokken eigenlijk nog wel vier maanden zouden meekunnen, willen wij ze toch vervangen hebben. Zo borgen wij onze optimale continuïteit.”

Roks vindt dat de Volvo-organisatie een fleetownerbeleid heeft dat daarin echt meedenkt. “Bij Volvo luisteren ze heel goed naar wat ons voor ogen staat. We zien dat hun aftersales organisatie als een brug tussen het merk en de transporteur fungeert. En niet in een soort parallel universum leeft waarbij de spreadsheet dwingend bepaalt dat iets nog niet vervangen mag worden omdat het nog drie maanden standtijd zou hebben. Ze snappen gewoon dat wij onderhoud zien als de basis voor onze continuïteit en de dagelijkse workflow bij ons voor alles gaat.”

Wim Roks is van mening dat hij daarmee de intentie van een Gold Contract niet anders invult. “Dat is een kwestie van interpretatie: gaan we voor optimaal gebruik van de slijtdelen, of gaan we voor zo min mogelijk verstoring van de operatie? En zeker, de realtime bewaking heeft voor ons wel degelijk nog meer voordelen. Het gebeurt weinig. Maar als zich een tussentijdse storing zou aandienen, ziet de dealer dat vóór het werkelijk tot een ongeplande stilstand komt. Dan is tussendoor binnenkomen natuurlijk goedkoper dan onderweg stilvallen.

Maar ook het preventieve onderhoudsgedeelte is voor ons belangrijk. Dankzij Connected Service Planning weet de dealer op tijd wat er bij de beurt nodig is en kan hij tijdig zorgen voor de onderdelen. Dat is de laatste tijd niet altijd even makkelijk. Daar hebben alle merken last van. En vroeger vertelde de chauffeur wel aan de dealer of er buiten het reguliere onderhoud nog extra dingen waren. Maar tegenwoordig hebben we steeds meer verschillende chauffeurs op onze auto’s rijden en is die communicatie een stuk moeilijker. Dan is het fijn dat de truck dat zelf aangeeft.”

 

Als zich een tussentijdse storing zou aandienen, ziet de dealer dat vóór het werkelijk tot een ongeplande stilstand komt. Dan is tussendoor binnenkomen natuurlijk goedkoper dan onderweg stilvallen.

Juiste onderhoudsvoorwaarden

Waar Roks wel heel strak naar kijkt, zijn de onderhoudsvoorwaarden. “Wij kopen het onderhoud voor acht jaar in bij de importeur omdat als de auto van standplaats verandert er vaak ook een andere dealer aan te pas komt. Over de looptijd krijg je te maken met prijsindexeringen en dat moet je goed in de gaten houden. Verder zien wij het zo dat we een totaal aantal jaarlijkse kilometers rijden waarvoor we onderhoud inkopen. Dan is het een heel verschil of je met een aftersales organisatie te maken hebt, die per auto gaat bekijken of je niet over je jaarlijkse kilometers heen schiet of juist minder gereden hebt. Bij te veel kilometers betaal je elke extra meter voor 100 procent bij. Maar als je minder rijdt, krijg je maar een percentage terug. Je hebt merken die dat exact per auto willen bijhouden. Nou, met 1.400 trekkers heb ik dan voor ik het weet drie extra’s FTE’s nodig om alleen dat al te monitoren!

Met Volvo hebben we kunnen afspreken dat we naar het totale aantal gereden kilometers kijken. Dat is veel eenvoudiger en daar help je een grote fleetowner mee. En weet je waar ik ook zo blij van word? Van de manier waarop een Volvo factuur is opgesteld. Zo duidelijk, zo goed leesbaar en zo transparant. Dat zou als voorbeeld voor iedereen kunnen dienen.”