Niet iedere LNG-truck gebruikt dezelfde motortechniek. Er zijn grofweg twee manieren om gas in een verbrandingsmotor te gebruiken.
De eerste is een gasmotor die werkt volgens het zogenoemde Otto-principe. Dit lijkt op de werking van een benzinemotor: bougies zorgen ervoor dat het mengsel van gas en lucht ontbrandt.
Een andere mogelijkheid is een gasmotor die een dieselmotor als basis gebruikt en werkt met compressieontsteking. Dit is de techniek die Volvo Trucks gebruikt voor de trucks die rijden op (bio-)LNG. Daarbij wordt gebruikgemaakt van HPDI-technologie (High Pressure Direct Injection).
Bij HPDI wordt een kleine hoeveelheid ontstekingsbrandstof gebruikt om de verbranding op gang te brengen. Deze brandstof ontbrandt door de hoge druk en temperatuur in de cilinder. Vervolgens wordt het gas onder hoge druk rechtstreeks in de cilinder ingespoten en verbrand.
Dat maakt een hoge compressieverhouding en een efficiënte verbranding mogelijk. Het voordeel daarvan is dat belangrijke eigenschappen van een dieseltruck behouden blijven; de motor kan een vermogen en koppel leveren dat vergelijkbaar is met dat van een dieselmotor.
Voor het wegtransport is vooral dat laatste van belang. De truck blijft hierdoor geschikt voor werkzaamheden waarbij veel vermogen nodig is, bijvoorbeeld bij zware ladingen, lange afstanden en routes met hoogteverschillen.
Ja. Voor de motor maakt het niet uit of de truck op LNG of bio-LNG rijdt. Beide brandstoffen kunnen in dezelfde truck worden gebruikt. Er kan ook tussen LNG en bio-LNG worden gewisseld.
Het verschil tussen de twee zit vooral in de herkomst. LNG wordt gemaakt van fossiel aardgas. Bio-LNG, ook wel vloeibaar biomethaan genoemd, wordt geproduceerd uit hernieuwbare bronnen, zoals organische reststromen.
De brandstoffen hebben technisch vergelijkbare eigenschappen voor gebruik in de truck. Dat betekent dat er geen ander voertuig nodig is om van LNG over te stappen op bio-LNG. Dat geeft flexibiliteit om op bio-LNG te rijden wanneer dat beschikbaar is.
Waar LNG en bio-LNG voor de motor vrijwel hetzelfde zijn, is er voor de CO₂-impact wel een belangrijk verschil.
LNG is een fossiele brandstof en kan ten opzichte van diesel een CO₂-reductie opleveren (tank-to-wheel). Bio-LNG wordt gemaakt uit hernieuwbare grondstoffen en kan de CO₂-uitstoot over de gehele energieketen verder verlagen (well-to-wheel).
Hoe groot die reductie precies is, hangt af van verschillende factoren. Denk bijvoorbeeld aan de herkomst en productiewijze van de brandstof, de gebruikte ontstekingsbrandstof en de manier waarop de CO₂-uitstoot wordt berekend.
De techniek achter een LNG-truck is vooral interessant als er veel kilometers worden maakt en daarbij vermogen, koppel en een grote actieradius nodig is.
Door gebruik te maken van het dieselprincipe met compressieontsteking kan een LNG-truck eigenschappen bieden die vergelijkbaar zijn met die van een dieseltruck. Tegelijkertijd biedt de mogelijkheid om bio-LNG te tanken kansen om de CO₂-uitstoot verder terug te brengen.
Of rijden op (bio-)LNG de juiste keuze is, hangt uiteindelijk niet alleen af van de motor. Ook de inzet van de truck, het aantal kilometers, de beschikbaarheid en prijs van de brandstof en de mogelijkheden om te tanken spelen een rol.